dinsdag 26 juli 2011

Etappe 10: Hoei – Namen, 14 juli 2011

Vanmorgen de trein naar Hoei genomen, daar de route begonnen. Maar doordat het belooft te gaan regenen, moet ik eerst een nieuwe Parka kopen. Die is gisteren kapot gescheurd. Maar in Hoei zijn wel modieuze zaken, maar een degelijke Parka vind je er niet. Dan zomaar opweg. Omdat ik de hele dag het fietspad volg langs de Maas, zit ik ook regelmatig langs de weg. Mijn I-Pod biedt dan uitkomst: mooie muziek en het geraas van het verkeer wordt erdoor gedempt.

Er valt over de route niet veel te zeggen: het wordt op een gegeven moment saai, en in het midden, na een kilometer of vijftien, ligt de stad Andenne. Hier gun ik mezelf even pauze en neem ik een kopje koffie. Wat een godvergeten saaie stad is dit zeg! Vlug opweg naar het vervolg.

Ik weet, vanuit de treinreis, dat ik na een kilometer of zes voor de stad, een enorme hoge brug tegen behoor te komen. Hier kruist een snelweg het Maasdal, en die brug moet ik al van verre kunnen zien liggen. Na elke bocht van de Maas denk ik: nú volgt die brug, en dan is het nog maar een eindje (anderhalf uur) en dan ben ik er. Maar nee: de brug weigert voor den dag te komen, en de verveling begint nu toch echt toe te slaan. Op een gegeven moment besluit ik een korte pauze te nemen langs de weg. En wat blijkt na de pauze: de brug ligt om de hoek! Om een lang verhaal kort te maken: ik ben aan het einde van de tocht! Vandaag 33 kilometer gelopen.
’s Avonds eet ik weer in hetzelfde restaurant, wat het personeel weet te waarderen (ze weten niet dat ik gewoon geen zin heb de stad in te lopen, maar dat terzijde…). De ochtend erna word ik opgehaald door Maria en onze vrienden, waarmee we in de Jura gaan kamperen. Hier rust ik pas echt uit.

Samenvattend was de Via Mosana geen groot succes. Ik liep drie dagen zeer moeizaam, tegen het strompelen aan. Wel weer veel, heel veel geleerd onderweg! En toch in vier dagen het hele traject gelopen, in totaal 138 kilometer. Een kleine vierdaagse zullen we maar zeggen. Volgend jaar pik ik de route op in Namen, goed bereikbaar met de trein. En dan zien we het wel verder. Zonder blaren….

Etappe 9: Esneux – Hoei, 13 juli 2011

Vanmorgen wederom opgestaan met pijn, en ik moet heel eerlijk zeggen: de verleiding om gewoon de trein maar naar Namen te nemen, in plaats van Esneux, is toch wel heel groot. Het regent, het doet pijn, en er staan veertig kilometer voor de boeg. Maar ik weet de verleiding te weerstaan, heb wel een andere concessie gedaan: ik ga niet de officiële route volgen want met al die klauterpartijen doe ik veel te lang over het traject, maar ik ga de gewone weg volgen. Dat is niet korter, maar het klauterwerk over de heuvels ontloop ik dan.

Dus in alle vroegte naar het verbazingwekkend mooie station, waar ik na een aangename reis in Esneux in de volle regen uitstap. Via de wegen naar Hoei gelopen, maar een klein deel van het officiële traject volg ik toch nog door het bos bij Hoei. Eenmaal daar aangekomen, word je overweldigd door de enorme kerncentrale die daar uit het Maasdal oprijst, als je eenmaal de afdaling naar de Maas begonnen bent. Vandaag zowat de hele dag in de regen gelopen, dus ik ben blij als ik eenmaal op het station in Hoei ben en de bus neem naar Namen, waar ik overnacht. Daar wacht me nog een onaangename verrassing: het overnachtingsadres ligt buiten de stad en is zeker nog wel een kilometer of vier lopen, ik doe er een uur over. Eenmaal op mijn kamer slaak ik een zucht van verlichting: dit was niet leuk vandaag. Maar ik ben geweldig trots op mezelf, ik heb mezelf overwonnen door onder deze omstandigheden toch weer veertig kilometer te lopen. Les geleerd: bij een wandelvakantie, nooit, maar dan ook nooit meer het risico nemen om op de eerste dagen blaren te lopen want je hebt er de hele week last van!

’s Avonds heb ik totaal geen zin meer om helemaal naar het centrum te lopen, dus ik ga eten bij het eerste het beste restaurant: een Chinees – Vietnamees restaurant. En dat was een geweldig goede keuze!

Etappe 8: Luik – Esneux, 12 juli 2011

Vanochtend opgestaan met behoorlijk wat pijn. Balen, want het zou een mooie dag gaan worden. Aan de andere kant heb ik geleerd ook de positieven zaken te zien, op momenten dat het tegen zit: er staat vandaag maar een kort stukje op het plan, ik moet er niet aan denken dat ik vandaag, net als morgen een vijvendertigtal kilometers moet lopen.

Na het ontbijt in het hotel de route genomen vanuit het centrum van de stad naar Angleur, en vandaaruit al heel snel het dorpje uitgelopen aan de rand van Luik. Ik schrok toen ik het pad zag: het leek wel recht omhoog te lopen! Na een meter of honderd te zijn geklommen (tju, wat zijn die Ardennen stijl…..!), ging het een bos in. En dat bos, er leek

wel geen eind aan te komen. Bos, niets dan bos, er leek wel geen eind aan te komen. De route sprak van zekere ‘fermes’ (boerderijen) die ik tegen zou moeten komen, maar niets gezien. Op een gegeven moment ging het bospad over in een steenpad, alsmaar omhoog. Van lopen was nu ook geen sprake meer: dit is klauteren en strompelen. Afijn, na een uurtje zag ik links van me, diep in de afgrond, plotseling de Ourthe liggen, volgens mijn Garmin wel zo’n honderdvijftig meter beneden me. Om de bocht van de rivier zou de stad moeten liggen, die ik na een zeer steile afdaling dan ook snel bereikte.



Inmiddels was het gaan regenen, eenmaal op het station van Esneux heb ik de bus terug naar Luik genomen. Daar wachtte me een grote verrassing: het station bleek een architectonisch wonder te zijn! Het gevoel dat ik kreeg was alsof ik een kathedraal binnenkwam, maar dan wel een van twee jaar oud. Ongelofelijk! Daarna de kerk van St Jacques bezocht in Luik, waar een gids aanwezig was met een hele sleutelbos om zowat alle deurtjes en gangetjes in het (deels) duizend jaar oude gebouw open te krijgen. In mijn beste Frans geconverseerd met de privégids, wat uiteindelijk toch wel ging.


Eenmaal op mijn hotelkamer nogmaals de blaren doorgeprikt, ik maak me ernstig zorgen over morgen, want dit is dan beslist niet genezen, dat wordt nog wat…… Uiteindelijk vandaag toch weer 25 kilometer gelopen, waar ik gezien de omstandigheden niet ontevreden over ben.

Etappe 7: Maastricht – Luik, 11 juli 2011

Deze week had ik gepland om de ‘Via Mosana’ te lopen, letterlijk de Maasweg. Hij voert van Maastricht naar Namen, en dus stond ik vanmorgen, na een treinreis van een uurtje, dan ook bepakt en bezakt in Maastricht. Na enig voorbereiden kwam ik tot de conclusie dat het in vier etappes te doen moest zijn, ervan uitgaande dat ik vorig jaar de Nijmeegse Vierdaagse zonder problemen uitliep. Dat zou echter dit keer anders uitpakken, maar daarover later meer.

De etappe naar Luik is een kilometer of veertig, mooi stukje voor een dag met mooi weer. Via Eijsden naar Vise gelopen, en daar omhoog de eerste beklimmingen in, aan de Oostzijde van de Maas. Prachtige dorpjes, mooie natuur, en binnen no-time zag ik Luik, eigenlijk geheel onverwachts, daar in de diepte liggen. Via een stevige afdaling van zo’n 100 meter kwam ik in de voorsteden van de stad, en na een korte tocht langs de Maas kwam ik tegen de avond in het centrum van de stad. Een centrum, dat me erg meeviel. Ik bedoel, als je aan Luik denkt, heb je niet het beeld van een mooie stad voor ogen, maar in dit geval bleek dat wel het geval te zijn: in de zon mooie, oude, stijlvolle gebouwen, het Frans doet erg mondain aan en je bent echt in een wereldse stad. Afijn, na m’n hotelletje opgezocht te hebben, wachtte daar de eerste verrassing op me na het douchen: blaren!

Dit was een nieuw fenomeen voor me, want ik heb eigenlijk nooit last van blaren. Na het douchen ging ik de stad in, en daar voelde ik nu toch echt dat ik behoorlijk last had van de blaren, en realiseerde me dat dit morgen beslist niet weg zou zijn. Shit! Daar ga ik heel de week last van hebben! Wat nu te doen?

De volgende ochtend de blaren doorgeprikt, en op weg naar de tweede etappe. Sjonge jonge wat deed het pijn. Maar goed dat er maar een korte etappe van slechts een tweeëntwintig tal kilometer voor de deur staat!